Kruiden info en toepassing


Verse kruiden komen dan wel niet uit een exotisch land, maar worden door veel mensen nog als iets aparts en bijzonders gezien. De meeste kruiden kwamen van oorsprong wel uit exotische landen. Maar door een goed en modern teeltprogramma komen ze tegenwoordig gewoon uit ons eigen kikkerlandje.

De vraag naar verse kruiden groeit nog steeds. Met name omdat het koken weer ‘in’ is. Vooral het bekender raken met eetgewoonten uit andere culturen en diverse kookprogramma’s, zorgen ervoor dat het traditionele kruidenrekje wordt vervangen door verse kruiden

Het bewaren van verse kruiden.

Drogen: was de kruiden en droog ze voorzichtig in een schone theedoek. Spreid de kruiden uit op een bakblik en schuif dit in het midden van een oven die op de laagste stand staat. Laat de ovendeur open. De kruiden regelmatig omschudden en langzaam laten drogen.

Invriezen: was de kruiden en droog ze voorzichtig in een schone theedoek. Snijd ze fijn en verpakt ze in kleinen porties (voor eenmalig gebruik) in aluminiumfolie. Vouw de pakketjes goed dicht en zet de naam van het kruid erop. Vries ze snel in. Kruiden worden door het invriezen wat slap. Vries daarom nooit onbesneden kruiden in.

Kruiden:

Basilicum staat in Italië en Roemenië bekend als liefdeskruid. Men geeft het soms aan verliefde personen. De smaak van basilicum is kruidig met een zoet aroma. Niet in de koelkast bewaren en na het koken pas toevoegen. Basilicum combineert zeer goed met gerechten waar tomaat in zit.

Bieslook is familie van de ui, de smaak is echter veel fijner. In het oude China werd het gebruikt als tegengif bij diverse vergiftigingen. Ook werd het gebruikt als bloedstelpend middel. In de 16e eeuw deed het kruid zijn intrede in de Europese keuken. Bieslook moet je niet mee laten koken want dan verliest het de geur en smaak. Het past bijna bij elk gerecht.

Citroenmelisse is in de literatuur door de eeuwen heen aangeprezen. Charlotte Bronte, Edgar Allen Poe en andere bekende schrijvers noemde herhaaldelijk citroenmelisse in hun boeken. In Arabie beweert men: “thee van citroenmelisse maakt het hart gelukkig en vrolijk”. Thee van citroenmelisse schijnt ook te helpen tegen slapeloosheid. Het heeft een zachte citroensmaak en moet ook niet worden meegekookt. Is heerlijk in vis en vleesgerechten en bij vruchtensalades en fruit.

Dille is een kruid dat al eeuwen bekend is. De Romeinen vlochten er onder andere kransen van voor hun teruggekeerde oorlogshelden. Naar oud Duits gebruik draagt een bruid dille in haar schoen, dit zou haar geluk brengen. Zowel het blad van de dille als de zaadjes van dille zijn bruikbaar. Dillezaad wordt veel gebruikt bij de inmaak van onder meer augurken en zilveruitjes met azijn. De smaak van dille is een lichte anijssmaak en doet het goed in sausjes en is heerlijk bij vleesgerechten en aardappelgerechten. Ook dille moet u zo laat mogelijk erbij voegen.

Dragon komt van het Griekse woord “drakon”, dat draak betekent. Deze naam dankt het kruid waarschijnlijk aan het wijdvertakte wortelnet. Dragon werd gebruikt tegen slechte adem en aanbevolen als slaapmiddel. Van het kruid worden de stengeltopjes en de blaadjes gebruikt. Vlees krijgt een bijzondere smaak wanneer u het voor het bereiden inwrijft met fijngesneden dragon. Dragon doet het ook goed in sausen. De smaak van dragon is een zeer subtiele smaak en is het meest gebruikte kruid in de Franse keuken.

Kervel werd door de Romeinen als groente gebruikt. De kervel werd gekookt op de manier waarop wij tegenwoordig spinazie bereiden. Het kruid schijnt een bloedreinigende werking te hebben. Van kervel wordt het fijne, jonge blad gebruikt en de stengels worden verwijderd. Stengels van de kervel kunnen wel meegetrokken worden met bouillon. Maar anders moet het op het laatste moment worden toegevoegd aan het gerecht. Kervel heeft een zachte, zoetige smaak die net als dille aan anijs doet denken. Kervel soep doet het altijd goed als u eens iets bijzonder wilt klaar maken.

Koriander bevordert volgens overlevering “onsterfelijkheid”, maar ook gierigheid. Oorspronkelijk komt het kruid uit China, maar wordt al eeuwenlang in Europa verbouwd. Koriander wordt vooral gebruikt in de Indiase en Thaise keuken. Koriander heeft een zoete, pikante, licht verfrissende smaak. Het komt het meest tot zijn recht als men het niet te lang mee laat koken en is lekker verkoelend in hete of pikante gerechten. Past goed bij oosterse en Mexicaanse gerechten.

Kruizemunt wordt in de volksmond ook wel gewoon munt genoemd. De kruizemunt komt oorspronkelijk uit Azië. Munt heeft een zachte en frisse smaak, lijkt op menthol. Smaakt heerlijk bij verse vruchten salades en fruit, lamsvlees, mediterrane en Indiase keuken.

Lavas stamt van oorsprong uit het Middellandse-Zeegebied, de Balkan, de Italiaanse Alpen en Noord Griekenland. Het kruid werd gebruikt in kruidenparfums. Volgens de Engelse kruidendokter Culpepper, die leefde in de 17e eeuw, zou deppen met gedestilleerd lavaswater helpen tegen rode vermoeide ogen. Bovendien zou dit een middel zijn om sproeten te bleken. Lavas wordt ook ‘maggiplant’ genoemd omdat het kruid een aromatische olie bevat die sterk doet denken aan de smaakmaker Maggi. De smaak van lavas heeft een selderij-achtig aroma.

Geeft vooral extra smaak aan soepen, stoofschotels en sauzen.

Oregano, ook wel marjoraan of wilde marjolein genoemd, groeit nog steeds volop in het wild in Zuid-Europa. De zoete pittige geur van oregano is een symbool voor geluk en werd volgens zeggen gecreëerd daar de Griekse Godin van de ziekenkamers, omdat er antiseptische eigenschappen aan werden toegeschreven. Oregano wordt veel gebruikt in de Italiaanse en Spaanse keuken. Het kruid kan met het gerecht meegekookt worden. De oregano is pikant en heeft een opvallende smaak en een zoete geur.

Over de oorsprong van peterselie is weinig bekend. Uit overleveringen blijkt dat het kruid door Grieken werd vereerd. Zij geloofden dat het was ontstaan uit het bloed van hun mythologische held Archemous. De Romeinen kroonden hun overwinnaars met kransen van peterselie. In die tijd droegen mannen peterselie in hun haar om niet dronken te worden. Peterselie is op Goede Vrijdag geplant om zeker te zijn van een goede oogst. Krulpeterselie is vooral geschikt om gerechten mee te garneren. Om de smaak het best uit te laten komen wordt fijngesneden peterselieblad op het laatste moment aan een gerecht toegevoegd. Het blad en de stengel kunnen met een bouillon worden meegetrokken. Peterselie bevat veel vitamine C. Met zijn neutrale smaak past het bij vrijwel alle keukens en een grote verscheidenheid aan gerechten.

Rozemarijn geldt als het symbool van de hernieuwde kracht. Oorspronkelijk komt dit kruid uit Zuid Europa. Rozemarijn werd vroeger en ook nu nog gebruikt in parfums en medicijnen. Rozemarijn is het kruid van trouw. Daarom werden er kransen van gevlochten voor bruiden. Ook werd het kruid verwerkt in taarten en kerstpuddingen. Op nieuwjaarsdag gaf men vroeger elkaar een boeket rozemarijn als bescherming tegen tegenspoed. De smaak van rozemarijn is aromatisch en krachtig en wordt versterkt door verhitting. Is heerlijk bij lamsvlees en in stoofschotels, kan zowel in koude als in warme gerechten worden gebruikt.

Salie heeft de naam dat het duizend en één kwalen kan genezen. Dioseorides zei dat het een geneesmiddel was voor reumatiek, nierziekten, maagzweren, tering, hoest, slangenbeten, keelpijn, vergeetachtigheid en grijze haren. De Arabieren zeggen; “Hoe kan een mens die salie in zijn tuin heeft staan sterven”? Bloeiende salie brengt welvaart en voorspoed. Warme saliemelk is een slaap verwekkend middel. Vroeger werd het veel gedronken voor het slapen gaan. Er wordt beweerd dat salie zwaar voedsel beter verteerbaar maakt. Salie heeft een licht bittere en een krachtige smaak. Kunt u meekoken met rijke vette vleessoorten zoals eend.

In het verleden hebben reizigers uit India het kruid selderij meegenomen naar het Middellandse-Zeegebied. Van oudsher groeide het kruid aan zeestranden en in zoutachtige moerassen. De plant was gewijd aan Pluto, de heerser van de onderwereld. Selderij ging vaak mee het graf in of werd op de grafzerk gelegd om Pluto gunstig te stemmen. Een veel gebruikte naam voor selderij is snijselderij. Met deze laatste naam kan het kruid zich goed onderscheiden van familieleden als knol en bleekselderij. Selderij heeft een pittige smaak en is een vast onderdeel van kant en klare soepgroenten. Selderij geeft een heerlijk aroma aan bouillon, sauzen en ragouts.

In oudheid kwam tijm al in het wild voor van Siberië tot Spanje. Ook nu nog geurt het naar tijm op de zonnige zuidhellingen in Zuid Europa. Tijm werd gebruikt als parfum in het badwater van de Grieken. Het kruid was het symbool van moed. Ook werd het kruid in tempels gebruikt als wierook. In de keuken werd er kaas mee gekruid. Rondom bijenkorven legde men hele velden tijm aan om de honing de geur ervan te geven. Er zijn vele soorten tijm en deze zijn allemaal eetbaar. Tijm wordt in gerechten meegekookt. Haal voor het gebruik de strengeltopjes en de blaadjes van de stevige takjes. Hele takjes kunnen ook mee gekookt worden maar dan moeten ze voor het serveren verwijderd worden. Tijm is een aromatisch kruid met een scherpe smaak. Is heerlijk in stoofschotels en geschikt om vlees.

 

 

Comments & Responses

Comments are closed.